Vogelenzang: kleine krachtpatser met grote natuurwaarde

Vogelenzang: kleine krachtpatser met grote natuurwaarde

Vogelenzang: kleine krachtpatser met grote natuurwaarde 1920 2560 Inkt & Aarde

Eind 2024 kocht Utrechts Landschap natuurgebied Vogelenzang van de provincie Utrecht. Daar waar ooit een grote kalksteenfabriek stond, vind je nu boommarters en zeldzame planten. Maar dat is niet alles: het gebied vormt ook een belangrijke verbindingszone tussen verschillende natuurgebieden. Deze kleine krachtpatser is een onmisbare schakel langs de Nederrijn.

Geschreven door Marjolein Bezemer in opdracht van Utrechts Landschap. Dit artikel verscheen in de zomereditie van het donateursmagazine Mijn Utrechts Landschap in juni 2026. Je kunt het artikel in opgemaakte vorm ook lezen via de PDF van het magazine: Mijn Utrechts Landschap.

“Eigenlijk is Vogelenzang maar een klein terrein,” zegt boswachter Maarten den Hartigh, als we vanaf de Cuneraweg in Rhenen naar het nieuwe natuurgebied wandelen. Rechts van ons stroomt de Nederrijn. Als we voorbij de hoge hekken van een tapijtfabriek lopen, zien we links de Grebbeberg oprijzen. Verscholen tussen de fabriek en een woonwijk ligt een klein paradijs voor ringslangen, boommarters en watervogels: Vogelenzang. Samen met Onderlangs, een smalle strook tussen rivier en berg, vormt dit natuurgebied een belangrijke ecologische schakel.

Verbindingszone

“Elk stukje natuur dat we kunnen aankopen is waardevol voor de natuur,” vertelt Maarten terwijl we richting de Grebbeberg lopen. “We willen onze gebieden vergroten en verbinden om de biodiversiteit te beschermen en versterken. Daar hebben we veel grond voor nodig. Dus elk snippertje dat we erbij krijgen is belangrijk. Maar Vogelenzang is extra bijzonder omdat het eigenlijk bij de Grebbeberg hoort.” Niet de afmeting van het gebied, maar de locatie ervan is cruciaal, benadrukt Maarten. Want Vogelenzang is een onmisbare verbindingszone tussen de Grebbeberg en de uiterwaarden van de Blauwe Kamer richting Rhenen en de Palmerswaard.

Boswachter van Utrechts Landschap loopt op een trap op de Grebbeberg.Steile helling

Om de verbinding tussen de gebieden goed te kunnen zien, klimmen we via een lange trap naar de top van de Grebbeberg. Lichtelijk buiten adem kijken we om ons heen. Waar de kalksteenfabriek tot 2001 stond, zien we nu grasland en een plas. De helling richting de plas gaat steil naar beneden en is bezaaid met bomen. “We kijken er mooi op vanaf hier,” zegt Maarten. “Zo zie je hoe hard die overgang is hier op het uiterste puntje van de stuwwal. Je moet je voorstellen dat de berg waar we nu op staan, doorliep tot het flatgebouw dat je daar in de verte ziet.” De Grebbeberg is in de loop der jaren stukje bij beetje afgegraven voor het maken van kalkstenen  De kalk voor de fabriek werd per schip aangevoerd en gemengd met zand. De diepe plas is ontstaan door zandwinning.

Overgang

De geleidelijke overgangen, of gradiënten, zijn hier vanaf de Grebbeberg duidelijk zichtbaar. De rivier en de Grebbeberg liggen dicht bij elkaar en het hoogteverschil is groot. Je vindt er dus veel overgangen van bodem- en plantensoorten. “Daar langs de rivier is een voedselrijk, waterrijk gebied met rivierklei. Daarna volgt grond met droog zand van de stuwwal. Daar zit een overgang in. En juist in díe zone gebeurt heel veel qua natuur. De rivier heeft altijd klei afgezet, dus het is voedselrijk. Vanaf de stuwwal heeft altijd erosie plaatsgevonden met zand. En dat mengt daar met elkaar. Dan krijg je heel interessante omstandigheden.”

Besanjelier

“Het is hier rijk aan boom- en struiksoorten,” legt Maarten uit. We kijken naar de dichtbegroeide helling van de Grebbeberg. “Dit bostype noemen we hardhoutooibos. Dat is een kenmerkend bostype langs rivieren, dat soms overstroomt door de rivier. Je komt hier allerlei interessante struiksoorten tegen zoals meidoorn en kardinaalsmuts.” Maarten klopt op de stevige stam van een eik. “Er staan hier gigantische eiken. Ja, dit is echt de invloed van de combinatie van zand en voedselrijke klei. En we zien vingerhelmbloemen en de zeer zeldzame klimplant besanjelier. Die komt eigenlijk nog maar op een paar plekken in Nederland voor. Dit is één van die locaties.”

Plasrombout

Vanaf het uitzichtpunt draaien we ons om richting Vogelenzang. De plas glinstert in het zonlicht en we zien in de verte een paar kuifeenden dobberen. Maarten vertelt dat het water bijzonder schoon is, omdat de diepe plas gevoed wordt met kwelwater. “Daardoor is het voor onderwaterplanten zoals kranswieren een fantastisch leefgebied. Er zitten veel vogels op de plas. Ik zag vroeg in het voorjaar allemaal nonnetjes. Dat is best bijzonder. En de ijsvogel broedt hier. In het ondiepere deel aan de randen zit het vol met padden en het gebied is enorm rijk aan ringslangen. Wat ook bijzonder is aan de plas: de blauwe breedscheenjuffer leeft hier en de plasrombout, een mooie gele libel. Ik ben echt een liefhebber van libellen en vlinders, dat vind ik altijd prachtig mooi. Die Plasrombout is een van de libellen die ik zelf nog nooit gezien heb.”

Werkzaamheden

Utrechts Landschap heeft Vogelenzang een jaar geleden gekocht van de provincie Utrecht. Inmiddels zijn er verschillende maatregelen genomen om het gebied nog aantrekkelijker te maken voor bijzondere soorten. “We hebben een aantal bomen weggehaald aan de rand van het water. Dit is een ecologische verbindingszone en daarmee rustgebied.” Om die rust te bewaren is een spontaan ontstaan wandelpad langs het water opnieuw afgesloten. Daarnaast brengt het weghalen van bomen meer licht in het dichtbegroeide bos. “Open plekken in het bos zijn waardevol voor bepaalde vogels en insecten, maar ook voor ringslangen die daar kunnen zonnen.” Ook heeft Maarten exoten gekapt die woekeren, zoals robinia’s. Zo krijgen de inheemse soorten meer ruimte. Deze werkzaamheden herhaalt Utrechts Landschap ongeveer elke zes jaar. Jaarlijks worden de bloemrijke graslanden gemaaid.

Schrale graslanden

We lopen richting de plas van Vogelenzang om te zien of we de ijsvogel kunnen ontdekken. Onderweg duikt Maarten geregeld de berm in om een bloeiende smeerwortel of paarse dovenetel te bewonderen. “Kijk, pijpbloem! Dat is een supermooie klimplant en heel aantrekkelijk voor vlinders. Die staat precies in deze overgangszone.” Om de natuur de rust te geven is een groot deel van Vogelenzang afgesloten voor publiek. Wij mogen bij uitzondering een kijkje nemen achter het hek. We zien sporen van de kalksteenfabriek, maar vooral veel natuur. Er zijn meerdere soorten flora van de Rode Lijst gevonden in de schrale graslanden, zoals ruige anjer, bijenorchis en tripmadam. “Het grappige is: deze soorten hebben kalk nodig. Dat vind je van nature niet veel in Nederland, maar door de oude kalksteenfabriek heeft dat nu nog invloed op de vegetatie die hier groeit.”

Edelherten

“Natuur verbinden is ontzettend belangrijk,” zegt Maarten. “Er wordt al sinds de jaren negentig nagedacht over de vraag: Wat is er nodig om edelherten van oost naar west te laten migreren?” Dat is een soort die zowel de provincie als Utrechts Landschap graag naar dit gebied ziet komen in de toekomst. Maarten deelt die wens: “Ik zou het heel gaaf vinden als de edelherten hier komen. Ik stel het me zo voor dat er over vijftig jaar een mooie afwisseling is in die open ruimtes met graslanden, bosschages en veel geleidelijke overgangen. Dat wordt dan natuurlijk bezongen door de nachtegaal, de das loopt hier rond en de bijenorchis bloeit rijkelijk. Dit gebied is een robuuste verbinding geworden. En dan kan je hier tegen de schemering kijken hoeveel edelherten er langskomen.”

IJsvogel

Struinend door Vogelenzang vinden we het bijzondere plantje tripmadam. “De kalkrijke milieus zijn ontzettend bloemrijk,” zegt Maarten. Aan het einde van de wandeling staan we nog even bij de plas te kijken en zien dan in een flits de ijsvogel voorbij vliegen. “Ik hoorde ‘m al aankomen: pieuw pieuw pieuw.” Vogelenzang: een klein gebied met een enorme natuurwaarde.


Torenkruid

Sascha van der Meer van Floron: “Van oudsher hoort torenkruid thuis op rivierduinen: plekken waar het zandig en open is, waar wat humus en kalk in de bodem zit. In het gebied rond Vogelenzang heeft torenkruid tot in de jaren zeventig gestaan. Hier hoort de plant thuis en we willen hem graag terugbrengen. Dat doen we door zaden van deze wilde plant te verzamelen in het Levend Archief en uit te zaaien op de juiste plekken.”

Torenkruid doet zijn naam eer aan: het is een hoge plant. “De blaadjes zijn aanliggend aan de stengel, waardoor de plant slank en hoog oogt. Ook de vruchten, een soort lange peulen, staan recht omhoog. Deze soort is gekozen als icoonsoort door de provincie Utrecht omdat hij hier voorkomt en natuurlijk vanwege de Domtoren.”


Provincie Utrecht

Edwin Wolvekamp van de provincie Utrecht vertelt welke waarde de natuurgebieden hebben volgens de provincie: “Door de inrichting van Vogelenzang ontstaat een mooie verbinding tussen de Grebbeberg en de uiterwaarden. Hierdoor is er weer een stap gezet in een doorlopende natuurverbinding door en nabij de uiterwaarden van de provincie Utrecht. De gronden zijn verkocht aan het Utrechtse Landschap omdat deze mooi aansluiten op de gronden die al in eigendom zijn van het Landschap zodat het beheer van deze gebieden goed op elkaar kan worden afgestemd.”


Tekst en foto’s: Marjolein Bezemer

Dit artikel verscheen in juni 2026 in het donateursmagazine Mijn Utrechts Landschap.

Meer over natuur en biodiversiteit.bio

Marjolein Bezemer

Inkt & Aarde (Marjolein Bezemer) schrijft en communiceert over duurzaamheid, groen en natuur. Een wereld in transitie heeft goede schrijvers nodig om mensen te informeren en in beweging te krijgen. Daar zijn niet alleen de bijen blij mee, maar ook verschillende opdrachtgevers. Want het werkt gewoon goed om een freelance schrijver in te zetten die net zo’n groen hart heeft als u.

Alle artikelen door: Marjolein Bezemer